Een
cursus Duits om op een effectieve en natuurlijke manier in het Duits te
communiceren: in persoonlijke contacten, aan de
telefoon, in correspondentie. |
Dr.
Günter Haumann Taaltrainingen Duits
Reguliersgracht 49-III
1017 LL Amsterdam
T: 020 427 19 52 |
cursus Duits, Duitse cursus, Duits
taaltraining Duits, Taalcursus Duits, taaltrainingen Duits,
Training Duits, taalcursus, talenonderwijs, taleninstituut,
, German, German language course, grammatica, telefoneren,
deutsch, duitse les |
|
|
 |
 |
Taaltest
Duits
Deze korte test geeft u een indruk van vaak voorkomende
fouten en misverstanden. Weet u de antwoorden? Klik op een
antwoord: als het antwoord blauw wordt dan heeft u het goed,
als het rood wordt dan is het fout.
|
 |
Uit
de evaluaties
"...
geen kritische opmerkingen. Alleen
de zeer positieve manier van
lesgeven zal me wel bij
blijven!"
"Heel
enthousiast. Voor een
buitenstaander goede kennis van de
industrie."
"Het nuttigst vond ik het
continu spreken van de Duitse taal
over allerlei onderwerpen en ook
zeer vakgericht." |
|
 |
|
|
1. Was kann man auf Deutsch am
Telefon sagen und was nicht?
a. Guten Mittag!
b. Einen Moment bitte, ich muß in meinem Agenda nachsehen.
c. Würden Sie in einer Stunde noch mal anrufen?
d.
Ich soll Sie morgen wieder anrufen.
2. Was antworten Sie, wenn Ihr Gesprächspartner zu Ihnen
sagt:
a. Schönen Feierabend!
- Sie auch!
|
- Gleichfalls!
|
- Danke, das gleiche!
|
- Das selbe!
|
b. Vielen Dank für Ihre Hilfe.
- Macht nichts.
|
- Gern gemacht.
|
- Keine Ursache.
|
- Gern
geschehen.
|
3. Was bedeutet?
a. Am Apparat.
- Hij / Zij is net in
gesprek.
|
- Spreekt u mee.
|
b. Die Preise klettern wieder.
- De prijzen dalen weer.
|
- De prijzen stijgen weer.
|
4.
Was bedeuten die folgenden Wörter auf Niederländisch?
a. Termin
- termijn
|
- afspraak
|
- bespreking
|
b. Währung
- valuta
|
- waarschuwing
|
- waardering
|
|
c. Auskunft
- uitkomst
|
- aankomst
|
- inlichting
|
d. Erzeugnis
- product
|
- diploma
|
- getuigenis
|
5. Es ist zu warm im Zimmer. Was kann man sagen?
- Ich bin warm.
|
- Ich habe es warm.
|
- Mir ist warm.
|
6. Was ist richtig?
a. Unsere Mitarbeiter sind sehr ...
...
fachlich.
|
...
bequem.
|
...
kompetent.
|
b. Unsere Preise ...
...
senken.
|
...
sinken.
|
...
erniedrigen.
|
c. Rufen Sie uns bitte an, ...
...
wenn ...
|
...
als ...
|
...
wen ...
|
...
wann ...
|
... Sie noch eine Frage haben.
7. Sagt man Ihnen oder Sie?
a. Ich danke ...
b. Wir bitten ...
c. Ich rufe ...
...
Ihnen morgen an.
|
...
Sie morgen an.
|
d. Darf ich ...
...
Ihnen unsere Produkte zeigen?
|
...
Sie unsere Produkte zeigen?
|
|
|